Verslag bijeenkomst: ‘De Vaart naar Brussel’

Op 11 oktober organiseerde Topsector Water & Maritiem in samenwerking met het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een bijeenkomst in het International Water House in Den Haag. Het doel was om te kijken hoe ‘De vaart naar Brussel’ vormgegeven was, is en zou moeten worden. Zo’n 45 personen uit de watersector gingen met elkaar in discussie over de kansen die het Europese kennis- en innovatieprogramma Horizon 2020 en opvolger Horizon Europe bieden voor het onderzoek in ons werkveld. Hans Huis in ’t Veld opende de bijeenkomst. “Het wordt steeds belangrijker dat de watersector over haar grenzen heenkijkt. Niet alleen internationaal, richting Brussel en verder, maar vooral ook naar nieuwe potentiële partners, in hele andere sectoren. Alleen zo kunnen maatschappelijke uitdagingen als klimaatverandering effectief worden aangepakt.”

Vraaggestuurde projecten

De deelnemers beaamde dit veelal en zochten naar de juiste lijn om antwoorden te krijgen voor diverse proeftuinen in Nederland. Vrij snel werd duidelijk dat de Nederlandse watersector in de EU bekend staat als een sector met veel expertise en kennis. Dat is fijn maar ‘de Nederlanders’ zijn ook overweldigend met de enorme tentoonstelling aan wateroplossingen. Daarmee stappen we voorbij aan de vraaggestuurde projecten. Dit werd beaamd door de aanwezigen en kwam naar voren in het rapport door Instituut Clingendael: ‘Meer rendement uit de Europese onderzoeksagenda voor water en klimaatadaptatie’, in opdracht van het Ministerie van I&W, DG Ruimte & Water. Louise van Schaik, mede schrijfster aan het onderzoek, presenteerde de resultaten uit het onderzoek. Hoofddoel van dit onderzoek is meer inzicht te verkrijgen in hoe Nederland de Europese onderzoeksprogramma’s op het gebied van water en klimaatadaptatie efficiënter kan benutten en zijn kennispositie in dit veld weet te behouden, dan wel te versterken.

Daden laten spreken

Cross sectoraal samenwerken wordt aangemoedigd vanuit verschillende kanten maar wordt op de werkvloer nog niet makkelijk gedaan. Zo zouden we veel beter kunnen kijken richting bijvoorbeeld de Agro & Foodsector en wat daar nodig is op het gebied van klimaatadaptatie. Niet alleen nationaal maar ook Europees en wereldwijd. Waar richten onze partners zich op en wat denken zij nodig te hebben. Met welke ‘societal challenges’ worstelen zij, en hoe kunnen onze innovaties, kennis en kunde daar veel beter op inspelen? Op de kruisverbanden liggen de echt grote uitdagingen van de komende decennia. We moeten specifiek kijken naar de uitdagingen, kansen en mogelijkheden die voor Nederland zijn weggelegd. Bovendien hoe pakken we die rol op?  De watersector heeft in potentie ontzettend veel oplossingen voor allerlei kwesties, maar partijen als de Europese Commissie moeten dit dan ook wel horen en weten. Het is dan ook goed om te kijken naar wat ‘Europa’ van ons zou willen. Zodat dit de basis is en dat we daar met elkaar en andere stakeholders samen in optrekken. Dat zou de Nederlandse watersector een heel eind op ‘vaart’ brengen.